Op zoek naar de bom

14-03-2017 7719 keer bekeken

Zo’n 2500 keer per jaar worden in Nederland niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Om te voorkomen dat we bij de aanleg van de A16 Rotterdam op een explosief stuiten, voeren we zorgvuldig historisch onderzoek uit en verkennen we de bodem op mogelijk gevaarlijke voorwerpen.

Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen en rukken meteen op naar Rotterdam. Als grootste Europese haven is de stad een belangrijk strategisch doelwit. De Nederlandse krijgsmacht doet er alles aan om de agressieve Duitse opmars over de Maas te verhinderen. Tussen 10 en 14 mei 1940 vechten Duitse en Nederlandse grondtroepen onafgebroken. In diezelfde 5 dagen vinden er ten minste 20 luchtaanvallen op Rotterdam plaats, met als dramatisch dieptepunt: het Duitse bombardement op Rotterdam.

Op deze kaart uit 1941, afkomstig van het kadaster, heeft Rijkswaterstaat in 2012 gemarkeerd in welk gebied we onderzoek moesten doen. Dit gebied is inmiddels iets uitgebreid/aangepast. (bron kaart: REASeuro)

Stad in as, Nederland capituleert

Op 14 mei 1940, rond half 2 in de middag, gooien ongeveer 90 Duitse bommenwerpers hun genadeloos dodelijke lading af boven het Rotterdamse centrum en de wijken Kralingen en Rotterdam-Noord. Een groot deel van de stad wordt met de grond gelijkgemaakt. En het weinige dat nog overeind staat, gaat in vlammen op tijdens de verwoestende branden die volgen. Zo’n 800 tot 900 mensen overleven het bombardement op Rotterdam niet. Meer dan 25.000 woningen gaan verloren. De vernietigende Duitse aanval dwingt ons land op de knieën: Nederland capituleert. 5 jaar lang wordt er gevochten en vallen er talloze bommen, totdat Nederland op 5 mei 1945 wordt bevrijd.

Gevaarlijke oorlogssouvenirs

Inmiddels ligt het einde van de Tweede Wereldoorlog alweer ruim 70 jaar achter ons. Maar de herinneringen zijn levend, ook in ons landschap. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) ruimt per jaar ongeveer 2.500 niet-gesprongen explosieven, zoals vliegtuigbommen en granaten. Net na de oorlog leidde het opruimen en onschadelijk maken van zulke oorlogsmunitie regelmatig tot dodelijke ongelukken. Tegenwoordig zijn zulke incidenten gelukkig zeldzaam.

Op de A13 ter hoogte van de Hofweg lag tijdens de Duitse bezetting een open geschutopstelling (luchtfoto van 26 februari 1945, bron: Saricon).

Risico’s beperken

De locatie van de toekomstige A16 Rotterdam ligt vlakbij een gevechtslinie van toen. Zo werd in ieder geval in en rond Overschie in de meidagen van 1940, voor de capitulatie, stevig gevochten. Bij het aanleggen van de nieuwe weg willen we risico’s op gevaarlijke ongelukken met niet-gesprongen explosieven uitsluiten. Daarom deden de gemeente Rotterdam en Rijkswaterstaat uitgebreid historisch onderzoek naar de bouwlocatie van de A16 Rotterdam. Want wat gebeurde er in de oorlogsjaren precies in dit gebied? Pas als de historische feiten in detail op tafel liggen, kunnen we inschatten hoe groot het gevaar is op niet-gesprongen explosieven.

Historisch onderzoek

Met behulp van literatuur- en archiefonderzoek brachten onderzoekers van explosievenexpert REASeuro en ingenieursbedrijf Saricon nauwkeurig in kaart welke locaties in de regio Rotterdam destijds decor waren van veldslagen. Daarvoor doken zij in de gemeentearchieven van Hillegersberg, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs en het huidige Rotterdam. Naast Nederlandse informatie werden ook gegevens uit (militaire) archieven in Londen, Washington en Freiburg nageplozen. Op oude luchtfoto’s zochten de onderzoekers naar sporen van bominslagen. Ook vluchtgegevenskaarten, gevechts- en getuigenverslagen werden erbij gehaald om licht te laten schijnen op de details van militaire operaties. Waar en wanneer werd er precies gevochten? En welke munitie werd daarbij gebruikt?

Uitsnede van de kaart ‘grondgevechten 14 mei 1940’ (bron: REASeuro).

Compleet beeld

Ook aanwijzingen over vliegtuigcrashes, militaire bases en de aanwezigheid van mijnenvelden werden bestudeerd. Alles wat maar iets kon vertellen over het type explosieven dat misschien onder de grond zou kunnen liggen. Zo tekende zich langzamerhand een compleet beeld af van de gevechten rond het tracé van de A16 Rotterdam. Daaruit bleek dat het oorlogsgeweld zich vooral afspeelde ten zuiden van waar de A16 komt. Zoals in Overschie. Maar dat is geen garantie voor veiligheid: op 29 mei 1973 werd bij graafwerkzaamheden bij het Lage Bergse Bos een Duitse granaat gevonden. Ook maakte de EOD daar in 2000 al eens een Britse handgranaat onschadelijk.

Kaartje van het verdachte gebied bij de Doenkade en de Vliegveldweg (bron: REASeuro).

Doenkade ‘verdacht’

Uiteindelijk bleek uit het eerste onderzoek dat het gebied rondom de Doenkade, op de kruising van de N209 en de Vliegveldweg, als ‘verdacht’ wordt aangemerkt. Op 4 maart 1943 wierpen Amerikaanse bommenwerpers daar een aantal 1000-ponder brisantbommen af. Ten minste 12 van deze bommen zouden in de buurt van het A16-tracé zijn neergekomen. De meeste bommen zijn ontploft, maar de mogelijkheid bestaat dat hier ook enkele niet-gesprongen exemplaren bij waren. Genoeg reden om er een detectiespecialist bij te halen.

Met behulp van een zogenoemd DGPS-non-realtime detectiesysteem of multi-sonde systeem wordt de bodem zorgvuldig onderzocht op aanwezigheid van explosieven (bron: Armaex).

Bodemonderzoek

In de zomer van 2016 kamde een opsporingsspecialist in opdracht van Rijkswaterstaat het verdachte gebied uit. Dat gebeurde met een multi-sonde systeem: een computergestuurd systeem met sterke magneten dat ferrometaal – waar bommen vaak van gemaakt zijn – diep in de bodem kan waarnemen. Op 2 locaties sloegen de scanners uit. Rijkswaterstaat besloot daarop om de metalen objecten gecontroleerd te laten opgraven. Dit gebeurde in februari 2017. Een spannend moment! Zouden er inderdaad gevaarlijke oorlogsresten in de grond zitten?

Een bom?

De precieze plek op de verdachte locatie werd met 30 cm grond per keer laagsgewijs afgegraven. Steeds heel voorzichtig, en met de hand wanneer dat nodig was. Na enige tijd graven, vonden we resten van een explosief dat al was afgegaan. Vervolgens ook nog een lange ijzeren buis, waarschijnlijk van een oude bemalingspomp. Gelukkig, geen bom!

Een deel van de buit van de opgraving op 2 februari 2017: een stalen pijp, waarschijnlijk afkomstig van een oude bemalingspomp.

Veilig bouwen aan de A16 Rotterdam

De Tweede Wereldoorlog heeft ons land voorgoed veranderd. En tot op de dag van vandaag, ruim 70 jaar later, is de EOD druk met het onschadelijk maken van restanten uit 1940-1945. Bij grote projecten als de A16 Rotterdam is de oorlog daarom steeds opnieuw onderdeel van het (voor)onderzoek. Zo doen we wat nodig is om de kans op een onaangename verrassing zo klein mogelijk te maken. Veiligheid staat bij Rijkswaterstaat op 1. Hierdoor kunnen we in 2019 met een gerust hart van start met de aanleg van de A16 Rotterdam.

Cookie-instellingen